Wet Arbeidsmarkt in Balans - oproepkrachten

De Wet Arbeidsmarkt in Balans zal per 1 januari 2020 in werking treden.

Het doel van deze wet is de tweedeling tussen flexwerkers en mensen met een vaste baan te verminderen door het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om vast personeel aan te nemen (ofwel het gebruik van flexibel personeel te ontmoedigen).

Flexwerkers zijn alle werknemers met een tijdelijk arbeidscontract, oproepkrachten (met een nul-uren- of min-maxcontract), uitzendkrachten en payrollers.

Oproepovereenkomst

Hieronder nogmaals de wijzigingen ten aanzien van nuluren- en min-maxcontracten op een rijtje:

Wanneer een werkgever een oproepkracht niet minimaal 4 dagen van tevoren en/of niet schriftelijk of via mail/sms oproept hoeft de oproepkracht hieraan geen gehoor te geven (mag uiteraard wel). In een cao kan de termijn van 4 dagen naar 24 uur teruggebracht worden.

Trekt de werkgever een oproep minder dan 4 dagen voor de oproeptermijn in, dan heeft de werknemer toch recht op het loon over de periode waarvoor hij was opgeroepen.

De werkgever is verplicht een werknemer die een jaar als oproepkracht heeft gewerkt binnen een maand na afloop (dus in de 13e maand), schriftelijk of via mail/sms, een arbeidsovereenkomst aan te bieden gebaseerd op basis van het gemiddeld aantal gewerkte uren van het afgelopen jaar. Dat mag, voor zover de ketenregeling het toelaat ook een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn. Wanneer de oproepkracht liever flexibel blijft werken kan dat natuurlijk ook.

Let op! Deze regelgeving heeft onmiddellijke ingang. Oproepkrachten die op 1 januari 2020 een jaar of langer in dienst zijn en van wie het contract doorloopt moeten vóór 1 februari 2020 een aanbod voor een contract met vaste uren ontvangen welke gebaseerd is op het gemiddeld aantal gewerkte uren van 2019.

Oproepkrachten worden vanaf 1 januari 2020 in de meeste gevallen duurder: voor oproepovereenkomsten betaalt de werkgever de hoge WW-premie van 7,94% in plaats van de lage WW-premie van 2,94% aan de Belastingdienst (beide premies zijn nog niet definitief). Deze differentiatie bestaat al in enkele branches zoals in de horeca en de agrarische sector. Ook oproepkrachten hebben vanaf dag 1 recht op een transitievergoeding wanneer de werkgever hun arbeidsovereenkomst eindigt of niet verlengd.

Tips & Adviezen

Overweeg om een oproepkracht via een uitzendbureau in te huren. Let op de afspraken voor wiens rekening en risico het niet tijdig afzeggen van een oproep komt. De kosten van een uitzendbureau zullen relatief hoog zijn.

Wanneer een oproepcontract van korter dan 1 jaar eindigt en niet wordt voortgezet hoeft u aan het einde daarvan geen contract met vaste uren aan te bieden.

Vóórdat de jaartermijn afgelopen is kunt u alvast een vast contract of jaarurencontract (zie hierna) afsluiten voor minder uren dan het gemiddeld aantal gewerkte uren van de laatste 12 maanden.

Een jaarurencontract is een arbeidsovereenkomst voor een X-aantal te werken uren per jaar waarbij iedere maand 1/12 van de jaaruren worden uitbetaald (dus een vast maandsalaris onafhankelijk van het daadwerkelijk aantal gewerkte uren in die maand). Voorbeeld: bij een jaarurencontract van 600 uur, wordt iedere maand het equivalent van 50 uur als vast brutoloon uitbetaald. Daarbij kan de medewerker in de ene maand 20 uur werken, de volgende maand 40 uur, de maand erop 100 uur. Net zo lang tot het aantal van 600 uren is bereikt. Voor een jaarurencontract voor onbepaalde tijd mag u de lage WW-premie toepassen.

Overweeg om een oproepkracht een vast urencontract voor onbepaalde tijd aan te bieden. Hiervoor mag de lage WW-premie toegepast worden. Let op! Wordt er meer dan 30% overgewerkt ten opzichte van het aantal vast overeengekomen uren dan geldt met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het aantal gewerkte uren ten opzichte van de vast overeengekomen uren wordt per kalenderjaar bepaald.

Wanneer een oproepcontract een jaar of langer heeft gewerkt moet u vanaf 1 januari 2020 een contract aanbieden gebaseerd op het gemiddeld aantal gewerkte uren van de laatste 12 maanden. U kunt nu nog zo weinig mogelijk oproepen om dit gemiddelde zo laag mogelijk uit te laten komen.

Voor oproepkrachten of werknemers met tijdelijke arbeidscontracten jonger dan 21 jaar die gemiddeld maximaal 12 uur per week (maximaal 52 verloonde uren per maand of 48 verloonde uren per 4 weken) werken, betaalt u de lage WW-premie. Let op! De toeslag vakantieuren (meestal rond de 10%, niet te verwarren met 8% vakantietoeslag) bij oproepkrachten worden óók als verloonde uren beschouwd!

Zorg voor een voldoende grote pool van oproepkrachten:

Wanneer het werknemers jonger dan 21 jaar betreft is het makkelijker om onder de maandurennorm te blijven waardoor u de lage WW-premie toe zult kunnen passen.

Wanneer u korter dan 4 dagen van tevoren oproept of niet schriftelijk, hoeft een oproepkracht niet te komen werken, maar is de kans groter dat een collega dat wél wil. Hoewel bij de samenstelling van deze special de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene kader van deze uitgave, is deze niet bedoeld als enige vorm van professioneel advies en daarom niet zondermeer geschikt voor het nemen van financiële beslissingen. Voor toepassing in individuele gevallen adviseren wij u contact met ons op te nemen.

 

Meer MOA


Kennispartners van Clou

MOA is een

CRKBO Instelling CMYK

Contact

MOA, Expertise Center voor Marketing-insights, Onderzoek & Analytics

VIDA-gebouw
Kabelweg 57, 2e verdieping
1014 BA Amsterdam
+31 20 5810710
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.